Spelvormen theatersport

Theatersport maakt gebruik van diverse spelvormen en oefeningen. De volgende spelvormen komen in de cursussen aan bod:

1. Geen nee
Scené met twee spelers. De speler die het eerst 'nee' zegt in de scène heeft verloren. Deze spelvorm traint de basisvaardigheid van theatersport: zeg ja op alles dat zich aandient!

2. Hoedje Wip
Scené met twee spelers. Beide spelers hebben een hoedje op. Gedurende de scène proberen zij het hoedje van de andere af te wippen. Als dat lukt, heeft men gewonnen. Een mislukte poging betekent verlies. Deze spelvorm maakt je bewust van het belang van écht samenspel en contact met je medespeler.

3. Alfabet
Scené met twee spelers. De eerste letter van iedere nieuwe zin in de dialoog is de volgende letter van het alfabet. Wanneer een speler een fout maakt of te lang nadenkt, wordt hij of zij vervangen. 

4. Emotionele roetsjbaan
De scène wordt af en toe bevroren. Het publiek wordt dan om een emotie gevraagd. Een van de spelers (of beide spelers) verwerkt deze emotie in de scène. Deze spelvorm hept de spelers om te spelen met emoties.

5. Playback
Vier spelers. Twee van hen op het toneel en de andere twee aan de zijkant. De spelers op het toneel spelen zonder geluid te maken: zij playbacken. De spelers aan de zijkant spreken de tekst.

6. Typemachine of verteller
Een teamlid schrijft, typend aan de zijkant van het toneel, een boek. De teamgenoten van de typer spelen dit verhaal ter plekke. De ‘typer’ kan ook als verteller vanaf de kant de scene beinvloeden.

7. Space jump
Vier spelers krijgen ieder een suggestie. Eén van hen begint met een solo. Een tweede bevriest deze scène en begint met de speler een tweede scène. De derde en de vierde doen hetzelfde. Wanneer deze laatste scène eindigt vertrekt de vierde speler. Het spel bevriest en vanuit deze houding hervatten de spelers de derde scène. Dit gaat zo door tot uiteindelijk de eerste speler haar solo weer voortzet en afsluit.

8. Handje pandje
Twee spelers spelen samen een persoon. De ene kruipt achter de andere en steekt zijn armen onder haar door. Deze slaat de armen naar achteren zodat de armen van de teamgenoot net die van haar zijn. Door een lange jas of lap kan de achterste onzichtbaar gemaakt worden.

9. Tolk
Drie spelers. De interviewer, de buitenlandse gast en, tussen hen in, de tolk. De interviewer stelt vragen die de tolk vertaalt in een fantasietaal. De gast antwoordt met veel gebaar in fantasietaal. De tolk vertaalt dit in het Nederlands.

10. Scène op rijm
Twee spelers spelen samen een scène. De tekst van de scène is op rijm. Het maakt niet uit hoe het rijmschema is.

11. Cluedo
Raadspelletje. Drie spelers verlaten de zaal. Een vierde vraagt het publiek om een beroep, een locatie en een voorwerp waarmee een moord kan worden gepleegd. Een van de drie teamgenoten komt het toneel op. Hij speelt mee met de vierde die het beroep, de locatie en het voorwerp uitbeeldt. Wanneer hij het voorwerp meent te herkennen doodt hij de teamgenoot hiermee. De volgende speler komt het toneel op en alles herhaalt zich. Uiteindelijk wordt gekeken of de laatste speler de suggesties van het publiek weet te raden.

12. Woord voor woord
Twee of meer spelers vertellen een verhaal of zijn binnen een scène samen een personage. Zij praten woord voor woord.

13. Emotionele vlakken
Het toneel is in meerdere vlakken verdeeld. Publiek noemt bij ieder vlak een emotie. De spelers moeten zich, wanneer zij zich tijdens de scène in een bepaald vlak bevinden, aan de hierbij horende emotie houden.

14. Diapresentatie
Iemand houdt een betoog over een onderwerp. Af en toe laat zij hierbij een dia zien: in korte tijd gaan een aantal teamgenoten in een bepaald tableau staan en stellen zo de dia voor.

15. Zei zij terwijl zij…
Twee spelers op het toneel en twee aan de zijkant van het toneel. Steeds nadat een speler een zin heeft uitgesproken voegt zijn partner aan de zijkant hier aan toe: zei hij terwijl hij... en vult deze zin aan met een bepaalde actie. De speler op het toneel voert deze handeling uit in de scène.

16. Vertaalde scène
Het ene team speelt een scène in fantasietaal. Het tweede team herhaalt meteen de scène in het Nederlands.

17. Eén scène, drie emoties
Twee spelers spelen een korte scène. Daarna spelen zij, of anderen, dezelfde scene nog drie maal met drie verschillende emoties.

In de vervolgcursus breiden de cursisten hun spelvormen-arsenaal uit met de volgende spelvormen:

18. Sprookje in 60-30-15-7,5 seconde
Een bestaand sprookje wordt eerst in een minuut gespeeld. Vervolgens in 30 seconden….15 seconden en uiteindelijk in 7.5 seconde.

19. Verhalen weven
Drie spelers vertellen alle drie een verhaal. Een speler kan de vertellende speler onderbreken door op een woord dat valt een associatie te maken en met zijn eigen verhaal verder te gaan. De spelers kunnen overnemen wanneer ze willen, niet noodzakelijk in een volgorde. Het is handig eerst te beginnen met lange bogen, waarbij het overneemprincipe nog niet zo duidelijk is, en vervolgens steeds kortere bogen te maken, toewerkend naar een climax.

20. Verboden letter
Twee spelers, van elk team 1, spelen een scène waarbij het verboden is een letter te gebruiken die door het publiek is aangegeven letter. Als een speler af is wordt hij direct vervangen door een andere speler uit zijn team. Winnaar is het team met de minste wissels.

21. Scéne zonder tekst
Een scène waarin niet wordt gesproken. Er kunnen wel geluiden worden gemaakt.

22. Dub-varianten
Diverse varianten op de playback. De twee spelers doen bijvoorbeeld beide de tekst van de andere speler. Of één speler doet naast zijn eigen tekst ook de tekst van alle andere spelers.

23. Wilt u dat ik…
Tijdens de scène kunnen de spelers middels deze zin toestemming aan het publiek vragen om iets de doen. Hoort de speelster overwegend 'nee' dan doet zij het niet. Hoort ze overwegend 'ja' dan doet zij het wel.

24. Boek
Er ligt een boek op het toneel. Af en toe pakt een speler het boek en gebruikt een zin uit het boek in de scène.

25. Stoelen
Op het toneel staan twee stoelen. De spelers spelen een scène. Als ze de ene stoel aanraken geeft het publiek een emotie. Raken ze de andere stoel aan, dan roept het publiek een spreekzin. Er kan ook iemand uit het publiek op de stoel zitten. Deze persoon noemt de emotie of spreekt de zin uit.

26. Sportverslaggever
Twee spelers voeren vertraagd een absurde sportwedstrijd uit in een huishoudelijke handeling of een andere -niet sportieve- alledaagse fysieke actie. Twee anderen zijn de commentatoren waarbij één van de twee de ‘specialist’ is.

27. Voorwerp-personages-tekst-verteller
Éen van de spelers speet alle personages, een andere speler speelt alle voorwerpen in de scène, de derde speler doet de tekst en een vierde speler ungeert als verteller.

28. Het orakel
Een aantal teamleden vormen samen een orakel. Het publiek kan vragen stellen aan het orakel. Het orakel antwoord woord voor woord of spreekt tegelijk met één stem. Eén teamlid vertaalt zonosig te antwoorden van het orakel.

29. Fuga
Drie spelers vragen aan het publiek een beroep. Vervolgens gaan zij alle drie op de grond liggen en beginnen in verleden tijd te vertellen over de laatste dag van hun leven. Aan het eind van het verhaal moeten ze alle drie (ongeveer gelijktijdig) sterven.29. Lied

30. Lied
De spelers zingen gezamenlijk een lied of zingen een lied in een scène.

31. Vertaalde opera
De vertaalde opera is een scene waarbij gezongen wordt in operastijl. Twee teamgenoten aan de kant vertalen de tekst van de gezongen scène.

32. Eén scène, drie muziekstijlen
Twee spelers spelen een korte scène. Daarna spelen zij, of anderen, dezelfde scene nog drie maal maart ditmaal zingend! Ze zingen de scene in drie verschillende muziekstijlen.

33. Muzikale stand-in
Twee spelers spelen een scené. Twee anderen zijn beschikbaar als stand-in. Af en toe tikken zij op de schouder van een speler en zingen zij een bekentenis, ontboezeming. Daarna gaat de scéne weer verder.

 

Cursussen

Cursisten aan het woord

Vanaf de eerste les kon ik alleen nog maar denken; dit had ik véél eerder moeten doen! 

Tamara van der Molen

Dit is waar het om draait in het leven: spelen en plezier hebben!

Christian Elzinga

Iedere cursusavond theatersport is geweldig, je hebt plezier met elkaar op een actieve manier.

Johanna Dijkshoorn

Best thing that happened to me in years.

Hugo Obertop

Ik verheug mij er elke week weer op en elke week is het weer een succes. De grappigste avond van de week!

Jennifer Way

Wil je echt uit je comfort zone en jezelf op een andere manier leren kennen dan is een cursus een aanrader! 

Walter Kers

Elke week op ‘mijn theatersportavond’ geniet ik weer enorm! 

Sarah Bartels

Dit is zo gaaaaf om te doen!

Johan Poelman

Iedere les heerlijke, eerlijke pret!

Ton Fasel

Ik heb er veel van geleerd en mooie mensen leren kennen!

Dirk Bakker
Meedoen? Meld je nu aan!
Aanmelden